Immigrant zijn

22 April '03

Lente in Amerika. Anderhalve week terug was er een sneeuwstorm, precies een week geleden was het bijna dertig graden, ere-eregisteren kwam het kwik maar net boven de celsiusnul en vandaag was het weer lekker. Misschien zijn Amerikanen daarom wel zo eigenmachtig: zelfs hun eigen klimaat laat ze constant in de steek.

Ik ben mijn laatste weken ingegaan hier. Half juni, het is nu officieel, verhuis ik weer terug naar Amsterdam, naar Daniela, mijn vrienden en een nieuwe baan aan de Vrije Universiteit. Terwijl ik door Jersey City loop voel ik me al een beetje nostalgisch. Het beviel me hier wel. Ik sluit steden snel in mijn hart, vooral als ze oud, vies en rauw zijn. Ik heb bijna elke stad gemist waar ik langer dan een paar weken verbleef, en dat zal ook wel het geval zijn met Jersey – Johsie zoals mensen het uitspreken die het kunnen weten. Het is ook niet verkeerd; als je alles mist ben je kennelijk overal gelukkig geweest.

De stad is er eigenlijk drie. Aan de rivier die Jersey City van New York scheidt, met uitzicht over Manhattan, staat een rij appartementscomplexen waarin Yuppen resideren voor wie een loft in Chelsea net te duur of net te wild is. Allemaal exact 34 verdiepingen hoog, allemaal 'Plaza' of 'Marina' geheten, allemaal in de jaren '90 gebouwd door projectontwikkelaars, en allemaal samen het zicht op NYC blokkerend voor de rest van J.C. Daarachter, van de klatergoudkust gescheiden door wat grote wegen en een winkelcomplex, ligt Downtown. Een vierkante kilometer gemoedelijke stad. Rechte straten met vriendelijke baksteengebouwen van twee tot vier verdiepingen hoog, uit (denk ik) begin twintigste eeuw. Aan de grotere straten liggen winkels van uiteenlopend pluimage, en op de hoeken kleine grocery shops. Hier woon ik, en met mijn vele andere immigranten. Achter downtown ligt een strook snelwegen en verlaten spoorlijnen, en daar weer achter, op een heuvelrug, de eigenlijke massa van Jersey City. Eindeloos strekken zich daar woonwijken uit met de typische houten suburbia-huizen te zien in bijvoorbeeld American Beauty, afgewisseld met kleine 'malls', industrieterreinen, en nog meer verlaten spoorlijnen (de stad is, om het mild uit te drukken, wat onaf). Wie daar allemaal woont weet ik niet.

Jersey City is niet echt gezellig; zelfs op de trap in mijn huis groeten mensen elkaar niet. Ik ken vier mensen in downtown. Twee collega's die ik nu en dan in de metro naar werk spreek, en een sloeber die me altijd om kleingeld vraagt. Hij geeft er geen teken van mij ook te kennen, maar hij moet toch weten dat ik dagelijks voorbij kom en vaak doneer. En ik ken een winkelier, een Egyptenaar die me ongevraagd vertelde dat Amsterdam de geweldigste stad was op de hele wereld. Hij was er nooit geweest, hij had het van de gasten in het hotel waar hij in z'n vaderland werkte: busladingen Hollanders afgeleverd door Djoser (andere gasten had hij er nooit gezien). Iedere migrant met wie ik interageer vraag ik meteen waar ze vandaan komen. Roemenie, gevlucht voor Ceausescu. Belgie, geboren als zoon van een Poolse mijnwerker in Luik. Dominicaanse Republiek, gaat terug zogauw er een beetje spaargeld is. Slowakije, verlangt erg terug naar Bratislava. Oekraine, verhuisd naar Amerika na een paar jaar Duitsland tijdens de oorlog. Duitsland? Als dwangarbeider? Of als collaborateur? Ik heb het natuurlijk maar niet gevraagd. Daniela vond het al zo genant dat ik plompverloren vroeg waar het vriendelijke vrouwtje met dat rare accent geboren was.

Daniela is hier een week op bezoek geweest, meteen volgend op de week dat ik in Nederland was voor mijn promotie. In Amsterdam was het leuk maar zeer hektisch. Hier, in wat ooit het nieuwe Mokum was, hadden we vakantie. Op de al genoemde grillen van het weer na was het een erg aangename week. We hebben kilometers gelopen op Manhattan, buurten kijkend, wolkenkrabbers bewonderend, winkels kijkend, mensen kijkend. We hebben ook Jersey ge-exploreerd, tot een naargeestig industrieterrein toe waar ik naar de bouwwinkel wilde. We hebben absurd dure broccolisalades geknibbeld in een Amerikaanse eurochic-salon, en vettige hamburgerwaar besteld in buurt diners met nors personeel. Zelfs na een week bleef ik onder de indruk van zoveel leven en diversiteit: wat een geweldige stad, zowel New York als zijn kleine broertje waarin ik woon. Gelukkig vond Daniela dat ook, al viel het haar op dat New York bij slecht weer iets desperaats heeft. Een anonieme metropool waar mensen elkaar in het openbaar niet aankijken en allemaal zo snel mogelijk naar huis willen, naar hun kleine afgezonderde koninkrijkje. Als toerist leef je op straat, en dan valt dat op.

Ons enige evenement met anderen was een diner bij een collega van middelbare leeftijd. Het Joods pasen was begonnen, en deze man van Joodse afkomst organiseerde een sedermaal om het te vieren. Pesach gedenkt de exodus van de Joden uit Egypte. Mijn collega was op het idee gekomen al zijn gasten te laten vertellen over hun eigen exodus, of die van hun familie. Een spannend idee; we moesten allemaal een schotel van ons moederland meenemen en ons verhaal voorbereiden.

Daniela heeft een exodusverhaal -al weet ik niet of de echte exodus van het oosten naar Amsterdam was, of al eerder toen ze plots in een ander land woonde zonder te verhuizen. Ik heb er geen; ik ben hier een ordinaire economische migrant, en eerder van Belgie naar Nederland was nu niet direct een cultuurschok van jewelste. Gelukkig had ik de familie van mijn moeder om op terug te vallen (als Indiegangers waren die deel van een heuse volksverhuizing terug naar het kikkerland in de jaren na de oorlog). Ook de andere aanwezigen hadden voornamelijk verhalen van familiale exodus. Er was een Indiaas-Amerikaan wiens ouders uit Bombay waren gekomen naar het land van melk en honing, er was een Mexicaans-Amerikaanse wiens familie aan beide kanten van de grens leefde, in twee culturen. Er was een Italiaans-Amerikaanse wiens grootouders ge-emigreerd waren, en die levendige herinneringen had aan haar bezoek als puber aan het stadje in Calabrie waar haar genen vandaan kwamen maar ze de taal niet sprak. Het was leuk om al deze familiegeschiedenissen te horen, en het gaf een zekere lotsverbondenheid- allen emigranten.

Toch, toen ik aan het begin van de avond de Indier en de Mexicaanse vroeg waar ze vandaan kwamen, zeiden ze allebei zonder aarzelend: "Texas". Niet India of Mexico, Texas. Als Europeaan kan je makkelijk lachen om Laotian-American en soortgelijke constructies, maar ze voelden het echt. Zij, kinderen en kleinkinderen van buitenlanders, zagen zichzelf in de eerste plaats als Amerikaan. Ook op andere manieren waren ze de belichaming van het oude Amerikaanse verhaal van migratie en assimilatie. Zonder uitzondering waren ze universitair opgeleid en in goeden doen, terwijl hun grootouders en soms zelfs hun ouders naar de nieuwe wereld waren gekomen met niets en met handarbeid in het vooruitzicht. De American dream; iedereen een Yankee zogauw ze voet aan wal zetten en binnen een generatie upper class.

Voor ik het echt ging geloven vroeg ik me af waar de losers dan waren. Maatschappelijk aanzien is per definitie een schaars goed. We kunnen niet allemaal in de top van de sociale pyramide verblijven, er moet iemand zijn om op te staan. Wie zijn dan die onderlingen? Immigranten stijgen en WASPs worden de nieuwe onderklasse? Zijn er categorieen immigranten die het niet maken? Het antwoord daarophad ik eigenlijk al gezien in Newark en de YMCA - het is niet zo anders als wat je uit Amerikaanse films en series op zou maken. Maar dat maakt de zaak alleen maar interessanter: wat zorgt ervoor dat sommige groepen uit de goot krabbelen en anderen niet? Prijsvraag van de week, wie het weet mag het zeggen en moet meteen maar 's Neerlands licht Nawijn opvolgen als minister van integratie.

Tot slot wil ik belangrijk nieuws met jullie delen dat vast het NOS journaal niet heeft gehaald. Hier kregen deze items tijdens het tien-uurjournaal van een kleiner 'network' allemaal ongeveer even veel tijd als de dagelijkse reportage over Irak:

-Britney Spears heeft haar haar geverfd. Het is nu bruin.

-In Brooklyn is een fietser aangereden door een bus. Vier meisjes vertelden  in hun minuten durende interview dat ze 911 belden maar wel erg waren geschrokken.

-Een mariniersvlag die boven een deur hing is gestolen. Hij was van de moeder van een soldaad in Irak, en haar hart is nu gebroken.

-De dierenbescherming wil dat het stadje Hamburg, New York zichzelf hernoemt tot Veggieburg, NY. Anders dreigen acties. Vier ge-interviewde Hamburger bewoners waren tegen.

Om af te sluiten nog een berichtje van de BBC en eentje uit de NY Times:

-De Amerikaanse suikerindustrie is boos op de WHO, die heeft gezegd dat het consumeren van veel suiker dik maakt. De branche gaat nu lobbyen voor het zich terugtrekken van de VS uit deze banenvernietigende organisatie.

-Grote Amerikaanse bedrijven zijn boos op de EU omdat die met scherpere milieu-eisen komt (bedrijven moeten betalen voor het verwerken van hun produkten, en mogen geen kwik meer gebruiken). Volgens een lobbyist bewezen zulke maatregelen dat Europa minder democratisch was dan de VS. Een andere lobbyist vermoedde anti-amerikanisme achter de regels.

Terug